Mijn baby is net een chocoladetaart

Mijn baby is jouw baby

Aan het eind van de zwangerschap was ik zo klaar met het wachten op de bevalling, dat ik mezelf de raarste dingen in mijn hoofd haalde. Zo was ik er bijna van overtuigd dat, aangezien ik in de maanden voorafgaand qua omvang was veranderd in een olifant, ik ook de draagtijd van een olifant had gekregen. Na negen maanden was elke dag die voorbij ging zonder wee, weer een teleurstelling.

Ik telde de dagen, of zeg maar gerust minuten, af tot aan de bevalling. En dat deed mijn omgeving blijkbaar ook. Het grote delen van mijn baby was al begonnen toen ik net bekend had gemaakt dat ik in verwachting was, alleen was het me tot aan de laatste maand nog niet zo opgevallen. Vanaf dat de baby ‘af’ was in mijn buik, maar nog geen millimeter richting de uitgang was gegleden, kreeg ik een stortvloed aan appjes van vrienden en kennissen.
“Ben je nog niet bevallen?”
“Je staat op springen, hè!”
“Je bent al twee uur niet online geweest, ben je aan het bevallen?!”
“Je vertelt het me wel als de baby is geboren, toch?”
“Rommelt het al in je buik?”
“Hij heeft er geen zin in! Ha-ha!”

Ik was bijna overtijd en ik werd dagelijks gebeld door een famielid. Ik was uitgeput en had weinig behoefte aan mensen, maar uit beleefdheid nam ik toch maar op.
“Je bent vast al bevallen en wilde het gewoon niet delen. Jij stiekemerd!” De snerpende stem van een kennis door de telefoon. Geduldig probeerde ik uit te leggen dat er nog geen baby was en dat ik het heus wel zou vertellen als het zo ver was.

Delen

Waarom ik haar ervan moet overtuigen dat ik het nieuws heus wel zou delen, is me een raadsel. Het is blijkbaar godgeklaagd dat ik de geboorte van mijn kind eventjes voor mezelf wil houden, alleen even Jop en ik.

Negen maanden eerder hadden Jop en ik de beste ingrediënten verzameld, die op de juiste manier en op de juiste tijd gemixt waarna onze baby kon rijzen in het oventje dat mijn buik heet. Het lijkt me niet meer dan normaal dat, nadat wij zoveel moeite hebben gedaan om deze perfecte baby te maken, wij als eerst mogen genieten.

Blijkbaar is het krijgen van baby’s bijna hetzelfde als het bakken van een chocoladetaart: je moet iemand anders altijd het eerste stukje aanbieden, anders ben je onbeleefd. Het gevolg is dat je niemand vertelt dat je een overheerlijke baby chocoladetaart hebt gebakken, omdat je eerst zelf wilt proeven en vooral niet wilt delen.

Sidenote: bevallingsverhalen vol bloed en hechtingen zijn net spruitjes: daarvan wil niemand dat je het met ze deelt.

Bevallingsverhalen zijn net spruitjes

En dit delen speelt allemaal nog voor je die baby hebt geworpen. Toen Kobe werd geboren, voelde ik me oer. Ik zou dit wezentje wel even beschermen met mijn hele hebben en houden. Ik zou zo’n powervrouw worden die iedereen die verkeerd naar haar kind kijkt, op zijn bek trimt. Een stoere hippietrut die zo over je heen loopt.

Het was de adrenaline die sprak, niet mijn inner oermoeder

Wist ik veel dat het de adrenaline was die sprak.

Het bezoek komt langs als de adrenalinekick bijna voorbij is. Het kluizenaarsbestaan onder je dekenfort is voorbij en je moet nu toch echt die chocoladetaart je baby delen. Van de verse opa’s en oma’s die de kleine Kobe nog net niet uit het wiegje tillen zodra ze een voet binnenzetten, tot de nieuwe vriend van een verre vriendin. Iedereen wil dat hummeltje vasthouden. Ik had verwacht dat ik het bezoek zou uitleggen dat het niet slim is, omdat onze kleine man daar nogal overprikkeld van kan raken. Ik dacht dat ik juist in het kraambed voor mezelf zou opkomen, ook al deed ik dat daarvoor nauwelijks. Want nu ging het niet alleen om mij, maar ook om mijn zoon.

Viel dat even tegen! Ik wist er nog net met moeite uit te persen dat de baby te veel prikkels binnenkeeg, waarna ik steevast te horen kreeg dat dat onzin is. Nog voor ik een weerwoord kon bedenken, was Kobe bekant zes keer van hand gewisseld. Ik keek toe, met een nog nooit geopende fles desinfecterende zeep in mijn hand geklemd.

Afblijven

In gedachten stel ik me voor wat ik zou kunnen zeggen om dit te voorkomen. Ik stel me voor dat ik tegen die wildvreemde buurman, als hij boven de wieg staat, het volgende zeg: “Hij is zo jong, hè? Dat heb ik eruit geperst. Het is nog steeds zo’n gapende wond down there. Er zat allemaal smeer, vruchtwater en bloed op zijn hele lijfje! We hebben het er niet afgeboend. We laten het intrekken. Is goed voor zijn huidje, schijnt. Hij ruikt lekker, al zeg ik het zelf. Een beetje naar baby en een beetje naar mezelf. Wil je hem vasthouden?”

En dan die vage kennis met haar leuke designjurkjes, die zo uitgedost op kraambezoek komt, dat het lijkt alsof ze rechtstreeks uit een tijdschrift is gestapt. Misselijkmakend, als je zelf in je kraamondergoed gemaakt van netkousen ligt te bloeden in je bed. Daartegen zeg ik: “Hij heeft net gegeten. Nog geen boertje gelaten. Maar klop hem gerust op zijn rug. Hij geeft af en toe maar een mondje terug, hoor. Onze kraamhulp is al drie uur bezig met de was die hij heeft ondergespuugd of gekwijld. En als hij spuugt, was ik het wel. Dat ding hoeft niet naar de stomerij, hoor. Geloof me, ik breng mijn kleren nooit naar de stomerij en ik zie er toch best leuk uit? Je mag gerust mijn slobbertrui lenen.”

En als dat allemaal niet werkt, stel ik me voor dat ik op een dag uit volle borst durf te schreeuwen: “Blijf met je vieze vingers van mijn prachtig perfecte kindje af, jij smeerkees.”


Geen enkele update missen? Volg Kaktussen dan via Facebook of Bloglovin'
Facebooktwitterpinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*