Blog

Welkom op Kaktussen.nl

Moederschap

Ik praat soms over mezelf in derde persoon – en mama vindt dat rete-irritant

Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het eerst tegen mijn kind ‘mama’ zei, in plaats van ‘ik’. Misschien gebeurde dat al direct bij de geboorte en snikte ik van blijdschap: ‘kom maar bij mama’ terwijl in mijn geboorteplan stond dat ik stilte wilde. Of misschien kwam het geleidelijk aan. Ik heb er lange tijd niet bij stil gestaan, tot ik Jop vorige week tegen iemand hoorde zeggen: ‘Ik praat automatisch over mezelf in de derde persoon als ik tegen mijn zoon praat.’ En dat zette me aan het denken. Want al dat derde-persoon-praten zorgt ervoor dat ik soms tegen kinderen van andere mensen zeg: ‘Zal mama je even helpen?’

Irritant

‘Mama helpt je wel’, of ‘kom maar bij mama’, ‘mama vindt dat niet leuk’ en ‘je doet mama pijn!’. Ik vind het irritant dat ik aan mezelf refereer in de derde persoon. En toch gebeurt het automatisch. De verklaring kan ik zelf wel bedenken: begrippen als ‘ik’ en ‘jij’ zijn abstract. Want ‘ik’ is soms papa, soms mama, soms opa en soms ben jij ook weer ik. Namen zijn een stuk makkelijker om te leren. Daarbij was het eerste woordje van De Kleinste ‘papa’. Iets wat hij vast niet had geleerd als we steeds ‘ik’ zeiden.

Motherese/parentese

Er is ook een term voor deze irritante gewoonte die de meeste mensen automatisch lijken te adopteren zodra ze een baby of peuter in hun vizier hebben: motherese (of parentese). Kort uitgelegd betekent dit dat je je taalniveau aanpast aan het kind: zo praat je met een hogere stem, praat je over jezelf in de derde persoon en gebruik je andere woorden. Dit alles om een reactie te ontlokken uit het kind en taalontwikkeling te beïnvloeden. Er is geen cursus om dit te leren: we doen dit automatisch.

Testje

Geloof je niet dat we dit automatisch doen? Neem je kroost eens mee naar een willekeurige winkel, naar je werk of naar een bejaardencentrum: gegarandeerd dat iemand in een hoog stemmetje zegt: ‘aw, en wie hebben we hier? Wat ben jij een schatje! Ja [naam] vindt jou lief! En wat is jouw naam?’ En nee, mams of paps wordt niet aangekeken, maar er wordt uiteraard antwoord verwacht. Als een kind brult, is het voornamelijk: ‘Ach liefje, wat kan jij brullen zeg! [naam]s oren doen er pijn van! Ja!’ waarbij de stem bij elke lettergreep nog een stuk hoger gaat waardoor de oren niet alleen tuiten van het brullen, maar ook van de supersonische geluidsgolven die deze volwassene produceert. Korter en fijner voor iedereens oren zou zijn: ‘Kap met brullen!’ maar dat doen we dan weer niet. Dat komt gewoon niet in ons op.

En toch gebruik ik ook af en toe ‘ik’

‘En nu ben ik er echt klaar mee.’ Ik betrap me erop dat als ik boos ben, ik het woord ‘ik’ gebruik. Als de Kleinste een grens over is gegaan, omdat hij doorging met slaan, mij pijn doet, de katten jent of aan het fornuis zit als ik hem al een aantal keer heb gewaarschuwd. Er is een punt dat ik switch van ‘mama’ naar ‘ik’. Misschien omdat ik wil benadrukken wat het met mij als persoon doet, misschien heb ik te veel lessen gehad over feedback geven op het HBO en te veel heb moeten reflecteren, of misschien zeg ik gewoon wel ‘ik’ omdat ook dat zo is geprogrammeerd bij mensen.

Kortom, het heeft nut, al dat ge-‘mama’, ge-‘papa’ en iedereen maar altijd aanspreken in de derde persoon. Toch hoop ik dat ik er ook vanzelf weer vanaf kom en niet als De Kleinste thuiskomt met zijn verkering vraag of ‘mama eventjes iets lekkers zal pakken’.

In de derde persoon over jezelf praten heeft weldegelijk nut. Dit heet Motherese en helpt de taalontwikkeling van je kind!

Wellicht ook interessant


1 reactie

  1. Yvette

    Zo herkenbaar 😀 Ik merk bij mezelf bijvoorbeeld ook echt dat als ik boos ben, ik wel ‘ik’ gebruik. Echt bizar hoe dat werkt.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *