Je dreumes voorlezen: verwachtingen versus realiteit

Je dreumes voorlezen

Elke dag 15 minuten voorlezen stimuleert de woordenschat en de ontwikkeling van het brein van een klein kindje. We kennen de adviezen allemaal: begin zo vroeg mogelijk met voorlezen. Er liggen hier meer dan zestig kinderboeken in de kast. Sommigen nog van toen ik klein was. Toen ik zwanger was, kon ik niet wachten tot ik mijn kleintje kon voorlezen, dat hij plaatjes aan zou wijzen en ik zou uitleggen wat er gebeurde. We waren zelfs zo vol smart, dat Jop toen ik zes maanden zwanger was, Peter Pan voorlas aan mijn buik.

Ondertussen heb ik wel geleerd dat het voorlezen van je dreumes niet strookt met de verwachtingen die ik had en het beeld wat het consultatiebureau schept. Het kwartiertje voorlezen op een dag halen we niet. Wat zeg ik? Twee minuten nog niet eens. Elke keer denk ik vol goede moed: vandaag lees ik een verhaal voor. Volgens alle adviezen is voorlezen leuk. Heel eerlijk: ik vind er geen klap aan.

Een verhaaltje voorlezen

We hebben voorleesboeken van Disney, flapjesboeken van Dikkie Dik die écht niet zo stevig zijn als dat ze beweren, boeken met dierengeluiden waar je bijna je vingers opbreekt zo hard moet je op die knoppen rammen en gedichtjes van Annie M.G. Schmidt en welgeteld één Nijntjeboek, dat we nog nooit hebben voorgelezen. Dus logischerwijs refereert De Kleinste naar boeken als ‘nijn!’. De Kleinste is gelukkig dol op ‘nijn!’. Helaas betekent nijn ook muziek, papa’s Playstation, afstandsbediening en dvd. Ik weet nooit zo goed wat hij dus wil als hij me vol verwachting aankijkt en naar een hoek in de kamer wijst, waar we uitgerekend al het bovenstaande bewaren. ‘Dat is goed, pak maar een boekje!’ zeg ik heel enthousiast. Soms heb ik het goed geraden en komt hij met de halve boekenkast terug, soms wordt hij boos en blijft hij ‘nijn’ roepen, omdat hij blijkbaar wil dansen op muziek of vindt dat papa al te lang niet heeft gegamet. Is papa het overigens ook altijd mee eens, maar daar heeft dat kind niks aan. En het huishouden ook niet, overigens.

Op de momenten dat ik geluk heb, zit ik al klaar op de bank en komt De Kleinste met een stapel boeken. Hij vouwt ze allemaal open. Smijt ze op mijn schoot, komt naast me zitten en vol enthousiasme begin ik voor te lezen. Twee tellen. Dan wordt het boekje weggesmeten en wordt de volgende gepakt. Soms kom ik zelfs tot pagina drie, waarna het boekje óf opnieuw wordt begonnen óf naar de laatste pagina wordt gebladerd waarna De Kleinste vol enthousiasme ‘uit!’ roept en een volgend boek pakt. Zo weet ik nog steeds niet waar Dikkie Dik verstopt is in zijn flapjesboek of naar welke dieren Nijntje gaat in de dierentuin. Gelukkig ken ik alle Disney-verhalen uit mijn hoofd, anders zaten de Slimme Jongens nog steeds vast op het schip van Kapitein Haak.

Eén boekje

Ik dacht dat de keuze van de hoeveelheid boeken wellicht zorgde voor een overprikkeling van dat kleine peuterbrein, dus soms pak ik een boek om voor te lezen. Ziezo van Annie M.G. Schmidt is hierin mijn favoriet. Ik kreeg dit boek als kraamcadeau en heb het in de babytijd dus veel voorgelezen. Helaas wordt De Kleinste zo enthousiast van deze verhaaltjes dat hij gilt, het boek uit mijn handen trekt, de bladeren wil losscheuren of het veel te zware boek dichtklapt op mijn vingers. Auw!

Taalontwikkeling

Wij verslinden thuis boeken. Date De Kleinste gestimuleerd gaat worden om te lezen, daar ben ik niet bang voor. Voorlezen is belangrijk voor zijn taalontwikkeling. Gelukkig houdt zijn moeder van kletsen, dus ik ben niet heel bang voor zijn taalontwikkeling. Dat voorlezen is voor nu nog niets. Want uiteindelijk blijf ik altijd teleurgesteld met een illusie armer en een gescheurd boekje achter en droom ik van ‘later’, als mijn zoontje tegen me aangevlijd ligt en me vragen stelt over de plaatjes of hoopvol vraagt ‘nog een keer’.

Voorlezen van je dreumes: verwachtingen vs realiteit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*