Blog

Welkom op Kaktussen.nl

foto moedermaffia
Moederschap

Ik ben lid van de moedermaffia

Een snelle Google-search leert me al snel dat we er allemaal last van hebben: de moedermaffia. Deze groep moeders heeft een uitgesproken mening over het opvoeden en dringt deze mening maar al te graag op aan anderen. Het internet staat vol met bestrijdingsmiddelen tegen de moedermaffia, dus het lijkt me overbodig dat ik dit advies vandaag ook nog eens ga geven.

Wat ik ga vertellen vandaag, is een stuk minder leuk. En na het lezen van dit artikel had je waarschijnlijk wel gewild dat ik adviezen had gegeven. Want ik moet jullie iets bekennen. Ik ben lid van de moedermaffia.

Zo, het hoge woord is eruit. Ik, Caroline, moeder van Kobe, vrouw van Jop, ben onderdeel van die groep moederloeders. Dit besef doet pijn en ik schaam me zelfs een beetje. Voordat je met knoflook, kruisen of wijwater in je handen naar me begint te gillen, heb ik nog een bekentenis.

Ook jij bent lid van de moedermaffia.

Lid worden van de moedermaffia

Ik ben er nog nooit eentje in het wild tegengekomen. Een maffiamoeder. Ik heb tijdens een voorstelrondje nog nooit meegemaakt dat iemand trots meldt lid te zijn van die maffia. Als ik rondvraag bij vrienden en bekenden of zij een dergelijk lid kennen, krijg ik steevast een: “Ja, zeker!” te horen. Enthousiast spring ik dan op, want ik wil zo’n persoon ontmoeten. Me aansluiten bij hun cluppie, want wie weet zijn er sleutelhangers en t-shirts en wellicht een heus clublied!

Helaas, als ik doorvraag hebben deze zogenoemde leden nooit bekend echt lid te zijn. We nemen enkel aan dat ze lid zijn, gebaseerd op boude uitspraken die deze mensen uitkramen.

Waar zijn we in hemelsnaam bang voor?

Geen echte club met clubhuis waar ze schreeuwwedstrijden houden over borstvoeding versus kunstvoeding, co-sleepen of eigen bedje en troosten of laten huilen. Geen demonstraties voor de kinderdagopvang waar deze moederloeders bij elkaar komen om jou als hardwerkende mama verwijten toe te krijsen. En dus ook geen toffe motorjacks met een logo van een tiet en de tekst ‘Baas over jouw baby’ op de rug. Waar zijn we dan in hemelsnaam bang voor?

“Oké, ik ben dan nog niet zo lang moeder,” zeg ik tegen vriendin Femke, moeder van een tweejarige eigenwijze peuter, “maar ze hadden me maffiosi beloofd. Waar zijn die dan?”
“Overal.” Femke haalt haar schouders op. “Je kent ze wel, vrouwen die jou vertellen hoe je het moet doen. Die op je neer kijken omdat je het op jouw manier doet.”
Ik denk even na. Ken ik dergelijke mensen in mijn omgeving?
“Als ik jouw definitie volg, zijn mijn schoonouders lid.”

Mijn schoonouders zijn lid

Na een lang gesprek concluderen Femke en ik beiden dat mijn schoonouders lid zijn van die moedermaffia. Ze weten het niet, want ze kennen de term niet eens. Toch zijn ze het. Hoe zouden ze reageren als ik het hen vertel? Het wordt me vast niet in dank afgenomen en ik verwacht zelfs een preek te krijgen over hoe het er vroeger aan toe ging. Bericht voor mijn schoonouders: als jullie dit lezen, sorry! Ik houd van jullie. Ik kook een keer voor jullie en dan hebben we het erover (en ook over waarom ik zo laf ben dat ik dit niet recht in jullie gezicht durf te zeggen en zo).

Kobe slaapt moeilijk in, ik vermoed een erfelijke belasting van ondergetekende. Hij is nieuwsgieriger dan je overbuurvrouw die de hele dag van achter haar geraniums de straat in de gaten houdt, om je bij een ‘toevallige’ ontmoeting op straat te vragen wie die man toch was die vorige week op bezoek kwam. Hij vindt lawaai gezellig, niet slaapverwekkend. Volgens mijn schoonouders ligt het probleem echter bij Jop en mij. Wij zijn te druk in ons dagelijks leven, we kletsen te veel met elkaar (stel je voor, een jong stel dat communiceert met elkaar na de geboorte van hun baby) en Kobe ondervindt te veel last van zachte achtergrondmuziek.

Dat hij in slaap valt op de muziek die hij hoorde toen hij nog in mijn buik zat, doet er niet toe. Elke keer als we bij iemand op bezoek zijn die de zestig is gepasseerd, moeten we horen dat Kobe nu écht in zijn eigen bedje moet gaan slapen, ook overdag. Als ik sputterend inbreng dat we dan minimaal twee uur lang zijn handje vast moeten houden, is de conclusie dat we dat dan maar moeten doen. Dagelijks.
“Doen jullie ook mijn was?” grap ik, terwijl stoom bijna uit mijn oren komt.
“Dan doe je dat maar ’s ochtends. Of ’s avonds.”
“En iets van vrije tijd?” probeer ik. Maar ik weet het antwoord al: ik heb een baby. Vrije tijd is iets voor twintigers zonder baby en voor bejaarden met kleinkinderen.

Bang voor meningen

“Ik wou dat ik vroeger meer mijn eigen ding deed,” verzucht mijn moeder op een avond. Ze heeft Kobe in haar armen en knuffelt hem. Ze kijkt me aan. “Als ik had geweten dat een draagdoek een optie was, was jij waarschijnlijk nooit zo’n huilbaby geweest. Of co-sleepen. Ik kreeg alleen maar te horen van mensen dat ik streng moest zijn, dat ik je moest laten liggen. Pas toen je een peuter was, begon ik te begrijpen wat ik moest doen.” Zelfs in de jaren tachtig ervoer mijn moeder al veroordeling in plaats van steun en dat nota bene van het consultatiebureau en de huisarts, mensen die jou zouden moeten helpen als je het even niet meer weet. In plaats daarvan werd er niet geluisterd naar mijn moeder en werden meningen opgedrongen als feiten.

Nadat Kobe werd geboren, vroeg een (mannelijke) kennis aan me of ik borst of flesvoeding gaf. Wat verbouwereerd door de vraag (waarom is hij hierin geïnteresseerd?) antwoordde ik dat ik borstvoeding geef.
“Goed zo, dat is het beste.” Ik ben er niet op in gegaan, maar een week later volgde hetzelfde gesprek, met weer dezelfde conclusie. Blijkbaar vindt deze man, die zelf nooit een kind heeft gebaard, noch zijn tiet elke twee uur uit zijn kleding heeft moeten wurmen, dat ik borstvoeding moet geven aan Kobe.

Na enkele weken ben ik gestopt met borstvoeding en elke keer als ik deze vent tegenkwam, werd ik bang. Wat als hij me opnieuw zou vragen of ik nog borstvoeding gaf? Wat zou ik dan zeggen? Het liefste zou ik een kolfapparaat op zijn tepel zetten, op de hardste stand. Of hem met melk in zijn gezicht spuiten. Of hem wellicht gewoon vertellen dat het hem verdomme niet aangaat.

Lees ook: Waarom iedere jonge moeder een appgroep met medemoeders nodig heeft

Onbedoeld lid

In dezelfde periode vertelde ik aan een groepje vrienden dat Kobe bij ons op de kamer slaapt, in een co-sleeper, zo’n wiegje wat je aan je eigen bed vastmaakt. Kobe leerde langzaamaan de nachten door te slapen, maar moest soms even geholpen worden door ons. Een knuffel, een kusje, handje vasthouden en hij sliep weer. De enige persoon van het stel dat eigen kinderen had, wederom een man, vond dat niet kunnen.
“Als ik jou was, zou ik Kobe maar heel snel op zijn eigen kamer leggen. Anders leert hij nooit alleen zijn. Dat hij nú nog bij je slaapt!”

Ik ontplofte. Ik ging nog sneller van onzekere moeder naar mamabeer dan een Ferrari van 0 naar 100 km/h.

“En als jij nu gewoon je mening voor je houdt en ervan uit kan gaan dat Jop en ík weten wat het beste is voor Kobe en níet, ik herhaal: NIET jij! Dat jij verrotte kinderen op de wereld hebt gebracht, houdt niet in dat ik Kobe moet zien opgroeien tot een delinquent!”

En dat is het moment dat ik besefte dat mensen onbedoeld lid zijn.

Slachtoffer en dader tegelijk

Kobe slaapt in zijn maxi-cosi op de achterbank van de auto, terwijl Jop en ik napraten over de bijeenkomst waar we zojuist zijn geweest. We hadden een terugkomavond van de zwangerschapscursus die we enkele maanden geleden hebben gevolgd.

“Volgens mij was die vrouw van dat stel naast ons, tegen vaccinaties,” zegt Jop dan.
“Zoiets ving ik ook op,” antwoord ik dan.
“Ongelooflijk. Ik snap die mensen écht niet.” Jop en ik zijn het allebei eens over vaccinaties en verbolgen app ik mijn mede-moederloeder (you know who you are, ook al wil je het niet toegeven) en vertel het verhaal. Ik krijg meteen een appje terug: “Mag ik even oordelen?! Zo onverantwoord!!!” Eensgezind appen we elkaar nog even.

Er is geen ‘wij’ slachtofferouders en ‘zij’ daderouders. We doen het allemaal, sommigen in mindere mate dan anderen, maar we zijn allemaal daders. En niet alleen moeders. Ook vaders, opa’s, oma’s, kinderlozen en wensouders, allemaal kunnen we er wat van.

Ik ben slachtoffer geworden van de opvoedmaffia die mij hun mening opdrong over onder andere borstvoeding en co-sleepen. Maar ik ben ook dader. Ik veroordeelde een mede-ouder in de opvoeding van zijn kinderen en veroordeelde een moeder in haar keuze wat betreft vaccinatie.

Ik ben geen moraalridder

De illusie dat er wat te doen is aan de eeuwige veroordeling van elkaar, heb ik niet. Ik geloof wel dat een betere wereld bij jezelf begint. En een betere wereld begint met besef.

Hoewel ik niet iemand ben die in iemands gezicht mijn mening verkondig over zijn of haar opvoedkwaliteiten, oordeel ik wel in stilte en achter ruggen om. Ik ben een sluimerend maffioso: slechts één stap verwijderd van volledige acceptatie door het moederloederleger: mijn mening over zijn of haar kind recht in iemands gezicht zeggen. Ik hoop dat ik die stap nooit zet.

Wellicht ook interessant


4 reacties

  1. Merel

    Wat schrijf je goed! Verfrissend ook 🙂

    En ja haha hoe hard ik ook wil schreeuwen dat ik niet oordeel en iedereen zijn eigen weg moet volgen (een theorie die ik -in theorie- aanhang), toch doe ik het. Oeps. Trouwens mijn moeder ervoer dat in die tijd ook. Kreeg veel commentaar omdat ze ons oppakte wanneer we huilden. Of omdat ze geen wasbare luiers gebruikte…

    • cato

      Wat lief, dank je wel! Ik bloos er een beetje van.

      Het is een pijnlijke waarheid, maar zo kunnen we hopelijk toch sneller voor onze eigen idealen gaan staan. Nu zouden mensen commentaar geven als je je baby laat huilen, of als je wasbare luiers gebruikt. Het is nooit goed en je kan daar zo onzeker van worden. De eerste maanden na mijn bevalling was ik zo bang om fouten te maken, ik werd gek!

  2. Jacqueline

    Ergens vind ik het ook niet slecht dat je dit soort dingen bespreekt. Door erover te praten (zeker met je partner) kun je je een mening vormen over wat jullie zelf als ouders belangrijk vinden. En dat je die mening niet aan iedere andere ouder hoeft op te dringen, heb je zelf ook al wel ervaren. 😉

    • cato

      Dank je wel voor je reactie! Het is inderdaad heel belangrijk om dergelijke dingen met je partner te bespreken, helemaal als je binnenkort een moeder/vader wordt, of net bent. Het gevaar is alleen (en dat is in ieder geval bij mijzelf wel het geval), dat je je mening als de waarheid gaat zien en daardoor anderen snel(ler) veroordeelt.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *