11 dingen die ik leerde van mijn dreumes die opvoedboeken niet benoemen

Dat opvoeden betekent dat ik mijn zoon wil leren wat in mijn ogen goed gedrag is, wist ik al. Maar dat opvoeden ook betekent dat ik elke dag meerdere malen ernstig aan mijn kunnen als moeder twijfel of verbouwereerd toekijk naar het minimensje dat door mijn huis rondbanjert, dat had ik van tevoren niet zo bedacht. Dat een dertien maanden oude dreumes toch al een hoop wijsheden met zich meebrengt en van mij een betere moeder maakt, wordt wel bewezen door de dingen die ik van hem heb geleerd. Deze dingen leerde ik niet uit boeken over opvoeding.

Zo leerde ik…

– dat ook al denk je dat je huis veilig is voor grijpgrage vingertjes en vliegensvlugge voetjes, er altijd wel een plant omver getrokken kan worden, een lamp kapot kan worden gemaakt en een kin kapot kan gaan op de speelgoedkist.

 

– dat je pas kan leren lopen als je na 99 keer vallen ook de 100e keer weer opstaat.

 

– dat je geen duur speelgoed hoeft te kopen, omdat de pollepel ook prima speelgoed is. Of een plastic vork. Of de dop van je fles. Of je moeders pantoffel.

 

– dat je écht geen speelgoed nodig hebt. Als de kat heeft gekotst, kan dat ook prima gebruikt worden als speelgoed.

 

– dat dingen die voor mij normaal zijn, eigenlijk heel bijzonder zijn. Zo wordt er hier op dit moment minutenlang gekeken en gewezen naar de blaadjes die dwarrelen in de wind. Of de poes die langsloopt.

 

– dat je het gebrabbel van je kind leert begrijpen. Dat ‘poe’ poes betekent, ‘mpa’ opa en een kikker ‘titte’ is. Papa, bad en bah samengevoegd wordt tot het woord ‘bababa’ zonder logische verklaring, behalve dat in alledrie de letter ‘a’ zit. En dat mama alleen gezegd kan worden als je eigenlijk heel boos bent omdat je moeder je gezicht wilt poetsen.

 

– dat schoentjes echt heel stom zijn. Net als sokken. En je maar één ding kan doen met schoenen en sokken. Uitdoen. En als dat niet lukt, opeten. Want dan doet mama ze vanzelf wel uit, omdat schoentjes voor jonge kinderen best heel duur zijn.

 

– dat een lichtknop boven het babybedje heel handig is als je dreumes net heeft leren staan. Dan kan hij tenminste in het volle licht aankondigen dat hij niet wil slapen.

 

– dat peuters er heilig van overtuigd zijn dat als jij niet meer in zicht bent, weg bent. Voor altijd. En dat hier heel hard om gehuild moet worden. Tot je iets nieuws vindt om mee te spelen. Bijvoorbeeld de eerdergenoemde kattenkots.

 

– dat je dreumes zielsgelukkig is als je weer terug bent van je eeuwigdurende trip naar de keuken die eigenlijk twee seconden duurde. En dat deze extase kan omslaan in woede omdat je zo nodig zijn ‘speelgoed’ moet afpakken, terwijl je mompelt over vieze katten.

 

– en als allerlaatste dat aan zelfs de meest vermoeiende dag een einde komt, waarna je met een glimlach in bed al deze bijzondere gebeurtenissen nog eens door je hoofd laat gaan en je maar één ding kan concluderen: opvoeden is tweerichtingsverkeer.

Facebooktwitterpinterest

13 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*