De dochter van mijn vriendin liet me beseffen dat ik een echte moeder ben

echte moeder

Op het moment dat je moeder bent, verander je bewust en onbewust. Ineens heb je de zorgen over een klein leventje dat volledig afhankelijk is van jou. Je denkt tijdens de zwangerschap waarschijnlijk al na over de opvoeding en hebt diepgaande en lange gesprekken met je partner over de normen en waarden die je je kind wilt bijbrengen. Dat je moederschap ook voor een groot gedeelte onbewust is en dus groeit, realiseerde ik me pas toen ik op pad ging zonder eigen kind, maar met een goede vriendin en haar driejarige peuter.

Wie is die gekke mevrouw ook alweer?

Waar ik in het verleden oprecht teleurgesteld was als een peuter niet meteen zijn of haar armen om me heen sloeg en deed alsof ik het allerbeste was dat ze ooit hadden gezien, zeg ik nu casual ‘hoi lieverd’, kus mijn vriendin op haar wangen en laat de peuter rustig aan me wennen. Het is geen bewuste handeling en weet niet precies waarom ik eerst afstand houd. Wellicht omdat ik dit thuis ook zie. Als ik thuiskom na een lange werkdag, bekijkt De Kleinste me met argusogen. Na een halve minuut lijkt hij een soort van door te hebben dat ik zo’n figuur ben dat dagelijks om hem heen zwerft, hem eten geeft en hem met zijn blokjes laat smijten. Dat is ook het punt dat hij van enthousiasme haast zijn stoel uit dondert en knuffels en aandacht van me wil.

Het lijkt haast of ik onbewust ben gaan aanvoelen dat dat voor elk kindje zo werkt. Want na slechts een minuut is het ijs, net zoals in het verleden, weer gebroken tussen de peuter en mij en krijg ik te horen dat ik gek doe als ik haar begin te kietelen. Slechts twee minuten later begint ze uit zichzelf mij te kietelen, vertelt ze me ‘geheimpjes’ en deelt ze haar eten met me.

Ik voel me ontspannen omdat ik weet dat ik niet de verantwoordelijkheid heb over dit kleine hummeltje op dit moment. Die ligt namelijk bij haar mama. Tegelijkertijd heb ik ogen in mijn achterhoofd gekregen, want ik weet feilloos waar ze loopt als ze achter ons treuzelt of tussen de kledingrekken in de H&M verdwijnt.

Opeens ben ik zo’n moeder

Als we neerstrijken voor een kopje koffie met een uitgeputte peuter en volle tassen, komen we op het onderwerp ‘echte moederschap’. Hoewel ik ongetwijfeld soms tegen deze slimme peuter praat alsof ze een eenjarige dreumes is en met haar speel alsof ze nog net zo breekbaar is als een pasgeborende, luistert ze als ik haar vraag bij me in de buurt te blijven en houd ik haar in de gaten alsof ze van mij is. Mijn vriendin erkent dat ze het bij haar zelf ook ziet. Je ontwikkelt een radar voor je eigen kinderen, maar ook voor de kinderen om je heen.

Loopt een peuter zelfstandig de trap op of af voor me? Ik heb alle geduld van de wereld en glimlach naar de ietwat zenuwachtige ouders, verzekerze dat ik alle tijd heb, ook al heb ik dat niet en wil ik er langs racen. Huilt er een pubermeisje heel hard in Walibi omdat ze tijdens de Fright Nights zo geschrokken is en even niet verder durft? Dan blijf ik ernaast zitten tot haar vriendinnen weer bij haar zijn. Ligt mijn eigen kroost te gillen omdat hij is gevallen? Dan stap ik over hem heen en laat ik hem liggen. Nee, grapje.

Ik bescherm jou

Wat ik bedoel te zeggen, is dat ik, voor ik moeder was, minder geduld had voor kinderen. Dan had ik gedacht bij de peuter die de trap oploopt alsof het de Mount Everest is, wellicht gemompeld dat de ouders dat kind ook gewoon kunnen optillen. Dan had ik dat pubermeisje laten huilen met de opmerking: ‘Wat denk je dat er gebeurt tijdens de Fright Nights? Dat we bloemen plukken en elkaars haar vlechten?’ en een kind dat gilt, laten gillen. Iets in mij kan dat niet meer. Ik ben geduldiger geworden, maar tegelijkertijd ook bezorgder. Zo’n moeder die soms denkt: ‘ik neem pauze’, maar vaker denkt: ‘ik bescherm jou. En de hele jeugd in een straal van dertig kilometer.’ en ik ben daar helemaal oké mee.

‘Mag ik je handje? En op de stoep blijven.’

Als we teruglopen naar de bus na een hele dag met elkaar op te hebben getrokken, zijn de peuter en ik op een punt gekomen dat we elkaar begrijpen. Tot op zekere hoogte. Het is heel simpel: ik geef antwoord op vragen als: ‘waar zijn jullie’ als we twee meter verderop staan en vertel haar dat ik trots op haar ben als ze me aankondigt dat ze me ‘achtergevolgd’ heeft.

Mijn vriendin heeft haar handen vol tassen en heeft harde buiken, dus ontferm ik me, onder toeziend oog van haar, over haar peuter. Ik pak haar handje en leg uit dat mama haar handen volheeft, maar we bij mama in de buurt blijven. Bij het wachten voor het oversteken geef ik herhaaldelijk aan dat ze op de stoep moet blijven en niet met haar voetje over de rand moet gaan. Ze luistert. Als we even later overgestoken zijn en ze los wil laten, houd ik haar vast. Met luidere stem, zodat mijn vriendin het ook hoort, zeg ik: ‘Als je mijn hand los wilt laten, moet je dat wel eerst vragen aan mama’. Want ook al worden al mijn moedergevoelens aangesproken door dit kleine meisje of andere kinderen in mijn omgeving, haar moeder loopt nog altijd naast me en heeft de eindverantwoordelijkheid.

Facebooktwitterpinterest

8 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*