En nu ga ik écht naar de sportschool, denk ik

sporten na de bevalling

“Ik ben te dik.”
“Je bent pas twee maanden geleden bevallen, natuurlijk ben je nu nog niet op je oude gewicht. Trouwens, je bent helemaal niet dik. Ik vind je mooi.”
“Ik was daarvoor óók al te dik.” Ik leverde treurig dertien van de vijftien stukken kleding in bij de dame van de kledingwinkel, terwijl Jop achter me aansjouwde.
“Niet wat u zocht?” vroeg de medewerkster vriendelijk.
In mijn achterhoofd fluisterde een verstandig stemmetje dat ik gewoon “Nee, helaas” moest zeggen. Maar mijn mond was sneller.
“Jawel, maar het past gewoon niet. Ik ben net moeder geworden en niets past en dit dus ook niet. Stom, hè?”

Het kost een jaar om weer op je oude gewicht te komen

Waarom ik dit hardop zei? Omdat ik bang was dat ze me veroordeelde. Ik zou er schijt aan moeten hebben, ik heb verdorie een kind gebaard. Een heel arsenaal aan doktoren en verpleegkundigen hebben mij in mijn naakte glorie zien baren én poepen en ik was bang dat een medewerkster in de winkel mij veroordeelde? Ik gedroeg me absurd.
Ze probeerde me gerust te stellen.
“Niet te streng zijn voor jezelf. Het kost je een jaar om weer op je oude gewicht te komen. Ik weet er alles van. Niet te veel kleding kopen, hoor! Dat is zo zonde.”

Een jaar. Zei ze een jaar? Waarom zei de verloskundige dit ook al? Ik was vóór de zwangerschap al tien kilo te zwaar, ondertussen ben ik er twintig te zwaar en het gaat me een jaar kosten om weer tien kilo te zwaar te zijn? Hell no!

Dus in de auto terug naar huis kondigde ik, nog steeds droevig, aan dat ik maar weer ging sporten.
“En dan maar bij de sportschool. Want joggen kan niet, want ik ga niet in het donker het bos in, hoor.”
“Maar je bent mooi. Ik vind je mooi. Dat is toch het enige wat telt?” Oh, hij bedoelde het zo lief, maar dat was niet het enige wat telt. Ik moet mezelf ook mooi vinden.
“Ik ga morgen naar de sportschool.” Ik klonk vastberaden, maar twijfelde.

Hoe kan ik het sporten deze keer wel volhouden?

Wat als ik het toch niet kan volhouden? Elke keer wil ik gezond eten, maar ongezond eten staart me aan. Ik heb me laten gaan tijdens de zwangerschap in de veronderstelling dat ik daarna wel op mezelf zou letten. Fout gedacht.

“Kan ik gaan sporten?” vroeg ik met een kleiner stemmetje. “Ik bedoel, is daar tijd voor?”
“Natuurlijk kan dat. Als jij dat wil, kan dat.”
De volgende ochtend vroeg Jop hoe laat ik zou gaan sporten vandaag. Ik moest me nog inschrijven en ook nog wat inkopen doen voor verjaardagen.
“Vanmiddag ergens.” Ik treuzelde met het doen van inkopen en tijdens het winkelen, besloot ik een elektronicazaak in te lopen.
“Hebben jullie draadloze koptelefoons? Voor het sporten?”
“Nee, niet op voorraad. Voor welke sport?”
“Fitness.” Denk ik. Geloof ik. Wat deed ik hier? Was ik nu serieus een winkel binnengelopen om iets te kopen van vijftig euro? Wilde ik mezelf overtuigen dat ik het met dure producten wel volhield? Vorig jaar had ik hardloopschoenen gekocht voor ruim honderd euro. Een maand later was ik zwanger en had ik een goede reden om te stoppen met sporten.

“We hebben wel iets voor het sporten. Maar het is niet draadloos.”
Gelukkig. Straks was ik echt nog naar buiten gelopen met een draadloze koptelefoon.
“Dan probeer ik het thuis eerst met mijn eigen koptelefoon. Bedankt!” terwijl ik richting de auto liep, vroeg ik me af of ik vanmiddag daadwerkelijk in de sportschool zou staan. Ik wist niet eens waar al mijn sportkleding is gebleven. Die dure schoenen dan weer wel, want dat waren bijna de enige schoenen die ik op het einde van de zwangerschap aankon.

“Kom bolle, van die bank af!”

Toen ik het huis binnenstapte, lag Jop languit op de bank, met Kobe in zijn armen: “Hoe laat ga je sporten?”
Au. Het liefst wilde ik ook op de bank ploffen. Het was koud buiten.
Eén van mijn beste vriendinnen appte op dat moment. Zij was een week eerder begonnen bij een fitnessschool bij haar in de buurt.
“Kom bolle, van die bank af!”
Ik verzon smoesjes. Ze hield vol. Goed. Een laatste poging.
“Als ik over een half uur niet van de bank af ben gekomen, trakteer ik je op lunch.”
Stilte aan de andere kant. Ik vermoedde dat iemand nauwgezet de minuten aftelde en hoopte op een lekkere lunch. En ik stiekem ook. In mijn hoofd had ik het tentje al uitgezocht.


Geen enkele update missen? Volg Kaktussen dan via Facebook of Bloglovin'
Facebooktwitterpinterest

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*