Blog

Welkom op Kaktussen.nl

Moederschap

Over het aanlijnen van je kind

Vroeger, toen ik nog geen moeder was en zo naïef als een deurklink en dacht dat kolven een ander woord voor korven was (nee, dat laatste is een grapje, maar ik wist vast niet wat het betekende), toen zei ik: een bandje om mijn kind? Het is toch geen hond? En dan lachte ik heel hard om mijn eigen grap die eigenlijk helemaal niet grappig is. Want nu, jaren later, heb ik geleerd dat honden beter luisteren dan kinderen. En minder bijten trouwens. Elk kind gaat blijkbaar door een bijtfase heen, snap jij dat? Waarom hebben we geen muilkorven voor kinderen? Onderwerp voor een andere dag! Anyway, terug naar het aanlijnen van je ho- uh kind. Nu lijn ik mijn kind wel aan. Alleen heet dat dan een wandelkoordje.

Wandelkoordje

Vorige maand gingen wij op vakantie en besloten we een wandelkoordje aan te schaffen. Een tuigje met harnas en looplijn vonden we zelf toch wel net te veel hulphond en De Kleinste is alles behalve behulpzaam, ook al denkt hij van wel. Ik vond dus dat awesome wandelkoord en kan maar één nadeel bedenken: het is zo feloranje dat er in neonletters boven lijkt te staan: “Kijk mensen! Ik vraag om je mening wat je van mijn wandelkoord vindt! Kijk nou. Kijk nou. KIJK NOU!” Want kijken doen mensen. En fluisteren ook.

Waarom wij een wandelkoordje gebruiken

De Kleinste is avontuurlijk. Hij vindt buitenspelen en buiten zijn het mooiste wat er is. Naast zijn moeder natuurlijk, maar dat krijg je als je mij als moeder hebt. Even zonder gein, ook mijn kind krijgt soms genoeg van me, hoor. Hij vindt wandelen dus ook grandioos. Vanaf dat hij zijn eerste stapjes kon zetten en niet meer op zijn schoenen kauwde, wilde hij zelf lopen. We wonen langs een straat waar veel vrachtverkeer is en ook nog eens een brandweerkazerne. Je kan de stoepen makkelijk op en af en verkeerslichten kennen we hier niet. Nu De Kleinste een obsessie heeft met “aut” (auto’s, niet zijn moeders ouderdom) en “AUT!!!” (vrachtauto), heb ik hem al menig keer de stoep op moeten trekken aan zijn capuchon, omdat hij me te snel af was. Een paar maanden geleden waren we in het bos bij een grote vijver. ‘Bap’ (bad) riep De Kleinste en wilde zonder pardon met -5 wel eventjes een duik nemen. Hoppa, papa pakt de capuchon en kind probeert bijna cartoonesk in het water te rennen.

‘Laat me erin!’

Aan de hand lopen? Dat resulteert in een driftbui. Of ik trek zijn arm uit de kom. Zit ik weer op de huisartsenpost en moet ik uitleggen wat er is gebeurd en wordt mijn kind uitgekleed om gecontroleerd te worden of ik hem niet stiekem mishandel. Dat hij sterker is dan ik ben en ik blauwe plekken in mijn gezicht heb van de kopstoten die hij mij per ongeluk (of misschien expres, who knows) geeft, ziet niemand. Het wandelkoord accepteert hij zonder te mokken. Hij vindt het zelfs interessant en kiest zelf wie de andere kant om de pols moet. Papa, mama, opa of oma. En soms besluit hij dat hij wil wisselen met een ander persoon. Of wil hij toch je handje vasthouden, omdat hij bang is dat jij wegloopt.

Mijn kind laat mij uit, niet andersom

De vraag is niet: laat je je kind uit? Maar: hoeveel extra stappen zet je nu je aan je kind vastzit? En hoe is het om uitgelaten te worden door je dreumes? Want geloof me, ik zie de wereld ineens vanuit alle hoeken. Ik draai rondjes. Ik loop blokjes. Ik loop op de straat. Op de stoep. Op de straat. Ik loop de Zeeman in. Oh, toch niet. Ik loop de Zeeman uit. Ik loop het bos in. Ik ga op het gras liggen in het bos. Ik ga toch niet op het gras liggen in het bos. Ik ren achter een vlinder aan. Ik ren achter een hond aan. Ik ren weg van een hond als hij me aandacht geeft. En besef me dan: hee, dit verklaart waarom het leven van zo’n klein mannetje zo verdomde vermoeiend is. Hij zet drie keer zoveel passen dan nodig zou zijn als hij in een rechte lijn zou lopen.

En soms, soms ben ik bang voor mijn vroegere ik. Voor de mensen die het een slecht idee vinden en denken dat ik mijn kind aanlijn. Bang voor mensen die denken dat ik mijn kind niet goed ‘onder controle’ heb (haha, good luck met een avonturier van 19 maanden dat het woordje ‘NEE’ niet kent, maar de betekenis ervan wel). En op die momenten, als mijn kritische ik naar boven komt, of als mensen opmerkingen maken, moet ik mezelf vertellen dat die opmerkingen beter zijn dan een kind dat zomaar de straat op of het water in rent als ik een nanoseconde afgeleid ben door wat dan ook.

 

Wellicht ook interessant


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *